Werkende statushouders krijgen tot drie jaar extra voor inburgering
Statushouders die een baan hebben, krijgen straks meer tijd om hun inburgering af te ronden. Minister Aartsen van Werk en Participatie heeft dat in een brief aan de Tweede Kamer laten weten. Wie minstens 28 uur per week werkt of heeft gewerkt, mag afhankelijk van de situatie tot drie jaar langer over het traject doen. De nieuwe regels gaan komend jaar in.
Werk en inburgering lastig te combineren
Een statushouder is iemand van wie de aanvraag voor een tijdelijke verblijfsvergunning is goedgekeurd. Vanaf dat moment loopt de inburgeringsplicht: de Nederlandse taal leren en de regels en gewoonten van het land eigen maken. Gemeenten begeleiden dat traject. Normaal staat daar drie jaar voor. Wie dat niet haalt, krijgt geen permanente verblijfsvergunning en kan ook geen Nederlands paspoort aanvragen. Wie lessen overslaat, riskeert een boete.
In de praktijk blijkt het lastig om lessen te combineren met een baan, zeker een voltijdse. Ook lange asielprocedures en het vinden van een woning kosten tijd. Een groot deel van de statushouders werkt daardoor niet en leeft van een bijstandsuitkering. Het kabinet wil dat omdraaien: werken moet de norm worden, ook tijdens de inburgering.
Om voor de verlenging in aanmerking te komen, moet iemand minstens drie maanden aaneengesloten hebben gewerkt. Dat geldt ook voor statushouders die pas later een baan vinden. Volgens de minister is de werkvloer zelf een goede leerschool voor taal en gewoonten. Hij stelt ook dat het draagvlak voor opvang groter wordt naarmate nieuwkomers sneller aan het werk gaan.
Ook ruimte voor ouders zonder kinderopvang
Een tweede uitzondering is bedoeld voor statushouders die voor jonge kinderen zorgen. Is er geen kinderopvang beschikbaar, dan mogen zij maximaal een jaar langer over de inburgering doen. Volgens de NOS komen daar vooral vrouwen voor in aanmerking.
Wat betekent dit voor gemeenten
De maatregel is onderdeel van een breder kabinetsplan om de integratie van statushouders soepeler te laten verlopen. Daarin staat onder meer dat het tekort aan docenten die Nederlands geven aan anderstaligen moet worden aangepakt. Dat tekort speelt in veel gemeenten, die de inburgering moeten organiseren.
Het kabinet mikt erop dat er over vier jaar 75.000 statushouders meer aan het werk zijn dan nu. In de tweede helft van 2027 worden de nieuwe regels geëvalueerd. Dan moet blijken of de extra tijd ook daadwerkelijk leidt tot meer mensen met werk en een afgeronde inburgering.
Geschreven door de redactie van Het Landelijk Nieuws, onderdeel van Het Landelijk Nieuws. Over de redactie